Wet DBA en schijnzelfstandigheid
De handhaving op schijnzelfstandigheid loopt inmiddels ruim anderhalf jaar. Politiek is er in die tijd veel verschoven: het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR is geschrapt, het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is wet geworden en treedt eind december 2026 in werking, en de rechtspraak is daarmee het leidende kader. Hieronder waar we staan, waarop de Belastingdienst toetst en wat je als professional of opdrachtgever praktisch kunt doen.
Laatst bijgewerkt op 11 september 2026. Dit artikel is informatief en vervangt geen fiscaal of juridisch advies.
Waar staan we nu?
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Het moratorium is opgeheven, maar de invoering gaat gefaseerd.
- Naheffingen kunnen terug tot 1 januari 2025. Tot en met 2029 gaat de Belastingdienst bij correcties in beginsel niet verder terug dan die datum. Uitzonderingen zijn kwaadwillendheid en situaties waarin al eerder een aanwijzing is gegeven. Pas vanaf 2030 komt de volledige naheffingstermijn van vijf jaar weer in beeld.
- In 2026 geen verzuimboetes, wel vergrijpboetes. Een deel van de zachte landing is verlengd. Bij opzet of grove schuld kan een vergrijpboete volgen, die kan oplopen tot 100 procent van de naheffing.
- Een controle begint meestal met een bedrijfsbezoek. Daaruit volgt niet direct een naheffing, wel een waarschuwing of een boekenonderzoek. Vanaf 1 januari 2027 vervallen ook deze laatste elementen van de zachte landing.
- Controles zijn risicogericht. De Belastingdienst selecteert via data-analyse sectoren en situaties waar schijnzelfstandigheid het vaakst voorkomt, en richt zich daarbij vooral op opdrachtgevers.
Wat er met de Wet VBAR is gebeurd
De Wet VBAR bestond uit twee delen: een verduidelijking van het gezagscriterium en een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Het kabinet schrapte het verduidelijkingsdeel op 10 maart 2026 via een nota van wijziging. Wat overbleef ging als zelfstandig wetsvoorstel door beide Kamers: de Tweede Kamer op 21 april 2026, de Eerste Kamer op 16 juni 2026.
- Het rechtsvermoeden treedt in werking op 31 december 2026. De wet is gepubliceerd in Staatsblad 2026, 158, het inwerkingtredingsbesluit in Staatsblad 2026, 207.
- De tariefgrens. Het nieuwe artikel 7:610aa BW noemt een beloning van ten hoogste 36 euro per uur. Het kabinet communiceert 38 euro als niveau per peildatum 1 januari 2026. Het bedrag wordt geïndexeerd, dus ga voor de actuele grens uit van de laatst gepubliceerde indexatie.
- Het is geen fiscale toets en geen verbod om onder dat tarief te werken. Het verschuift de bewijslast in een civiele procedure: de werkende kan zich erop beroepen, waarna de opdrachtgever moet aantonen dat er echt sprake is van zelfstandigheid.
- Boven de grens is er geen vrijwaring. De regering heeft daar expliciet op gewezen. Ook bij een hoog tarief kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid, en in onze vakgebieden ligt vrijwel elk tarief boven die grens.
- De verduidelijking van het gezagscriterium is doorgeschoven naar de nog uit te werken Zelfstandigenwet. Tot die er is, is de rechtspraak het kader.
Waarop wordt een arbeidsrelatie beoordeeld?
De basis staat in artikel 7:610 BW: er is een arbeidsovereenkomst bij arbeid, loon en werken in dienst van een ander. Dat laatste, de gezagsverhouding, is het meest onderscheidend. Daarbij telt al dat een opdrachtgever aanwijzingen en instructies kan geven. Hij hoeft ze niet daadwerkelijk te geven.
Deze regels zijn van dwingend recht. Volgt uit de feiten dat er een arbeidsovereenkomst is, dan kunnen partijen niet onderling afspreken dat dat toch niet zo is. Het contract op papier is dus niet doorslaggevend, de feitelijke uitvoering wel.
De negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest
De Hoge Raad heeft bepaald dat alle feiten en omstandigheden in onderling verband worden gewogen, de holistische toets. Deze negen gezichtspunten kunnen daarbij van belang zijn.
De negen gezichtspunten
- Aard en duur van de werkzaamheden. Een inspanningsverplichting wijst richting loondienst, een resultaatverplichting juist niet. Hoe langer de relatie duurt, hoe meer dat richting een arbeidsovereenkomst wijst.
- Werkwijze, werktijden en locatie. Hoe vrijer de opdrachtnemer daarin is, hoe eerder er sprake is van werken als zzp'er.
- Inbedding in de organisatie. Meedraaien in bedrijfstijden, gebruik van voorzieningen en deelname aan teamoverleg of beoordelingen wijzen richting loondienst. Ook telt of het werk een structureel onderdeel is van de bedrijfsvoering.
- Persoonlijke uitvoering. Persoonlijke arbeid wijst richting loondienst, maar vrije vervanging sluit een arbeidsovereenkomst niet uit.
- Totstandkoming van de afspraken. Weinig onderhandelingsruimte wijst richting loondienst, veel ruimte richting ondernemerschap.
- Beloning en betaling. Zelf factureren en zelf op betaling toezien wijst richting zzp. Automatische betaling of facturatie door de opdrachtgever wijst de andere kant op.
- Hoogte van de beloning. Hoe hoger ten opzichte van vergelijkbaar personeel in loondienst, hoe meer dat richting ondernemerschap wijst.
- Commercieel risico. Verdeling van risico's rond schade, ziekte, ongeval en investeringen, en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het resultaat.
- Ondernemerschap in het economisch verkeer. Naamsbekendheid, acquisitie, aantal en duur van opdrachten bij andere opdrachtgevers, en de vrijheid om opdrachten te weigeren.
Wat het Uber-arrest daaraan toevoegt
In februari 2025 beantwoordde de Hoge Raad prejudiciële vragen die het beeld op drie punten scherper maken:
- Elk gezichtspunt telt mee en er geldt geen rangorde. Het aanbrengen daarvan is aan de wetgever.
- Bij het negende gezichtspunt tellen ook ondernemerskenmerken buiten de beoordeelde relatie mee. Wat je bij andere opdrachtgevers doet, is relevant voor de beoordeling van deze opdracht.
- Twee mensen die hetzelfde werk doen voor dezelfde opdrachtgever kunnen verschillend uitpakken. Degene met ondernemerskenmerken kan als zelfstandige worden gezien, degene zonder als werknemer.
Dat laatste punt verklaart waarom aantoonbaar ondernemerschap zo zwaar is gaan wegen. De opdracht bepaalt niet alles, jouw profiel als ondernemer telt mee.
Voor interim professionals
1. Blijf zichtbaar in de markt
Tijdens een remediation-traject of een compliance-implementatie is het vaak niet realistisch om meerdere opdrachtgevers te bedienen. Juist dan telt wat je daarnaast doet. Blijf netwerken, houd je profiel bij bureaus actueel en houd bij wat je onderneemt. Zo laat je zien dat je doorlopend naar nieuwe opdrachten zoekt en niet economisch afhankelijk bent van één partij. Dat raakt gezichtspunt 9 direct.
2. Draag echt commercieel risico
Denk aan een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering, investeringen in kennis en permanente educatie, en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het resultaat. Herstel je een tegenvallende oplevering in eigen tijd en voor eigen rekening, dan is dat een sterke aanwijzing voor ondernemerschap (gezichtspunt 8). Leg die risicoverdeling vast in de overeenkomst en zorg dat de praktijk ermee overeenkomt.
3. Werk met een resultaatgerichte opdrachtomschrijving
Beschrijf concrete opleveringen, mijlpalen en een begin- en einddatum. Dat maakt van de opdracht een afgebakend project in plaats van een doorlopende rol, en raakt gezichtspunt 1.
Verschil in formulering
Wel: binnen zes maanden een geïmplementeerd sanctiescreening-framework opleveren, met benoemde mijlpalen en acceptatiecriteria.
Niet: het complianceteam ondersteunen zolang dat nodig is.
4. Documenteer je acquisitie
Na het Uber-arrest een van de meest onderschatte punten. Wat je buiten de opdracht doet, telt mee bij de beoordeling van de opdracht zelf. Bewaar bewijs van inschrijvingen bij bureaus en platforms, verstuurde offertes, oriënterende gesprekken, deelname aan vakevenementen en je netwerkactiviteiten. Bij een controle is dat concreet bewijs in plaats van een verhaal achteraf.
5. Let op inbedding tijdens de opdracht
Een vaak vergeten gezichtspunt (nummer 3). Hoe meer je meedraait als personeel, hoe meer dat richting loondienst wijst. Wees terughoudend met beoordelingscycli, personeelsregelingen en interne activiteiten die niets met de opdracht te maken hebben, en presenteer je naar buiten toe als externe professional.
Wat het risico is als het misgaat
Oordeelt de Belastingdienst dat er feitelijk een dienstbetrekking was, dan volgt de naheffing loonheffingen in beginsel bij de opdrachtgever, als inhoudingsplichtige. Voor jou zit de gevolgschade in de inkomstenbelasting: de ondernemersfaciliteiten vervallen als het ondernemerschap niet standhoudt. In 2026 gaat het om de zelfstandigenaftrek van 1.200 euro (2025: 2.470 euro, 2027: 900 euro) en de MKB-winstvrijstelling van 12,7 procent. Reeds betaalde inkomstenbelasting wordt verrekend, dus de netto uitkomst verschilt sterk per situatie.
In de praktijk is het commerciële risico vaak groter dan het fiscale. Opdrachtgevers die twijfelen over de arbeidsrelatie huren simpelweg niet in, of alleen via een constructie met extra schakels.
Voor opdrachtgevers
1. Zorg dat het contract klopt met de praktijk
Een goed contract legt vast wat de opdracht is, welke resultaten worden opgeleverd, wie welk risico draagt, hoe wordt gefactureerd en hoe de professional verzekerd is. Maar een contract is nooit doorslaggevend. Wordt in de praktijk aangestuurd als bij een werknemer, dan telt die praktijk. Toets daarom periodiek of de uitvoering nog matcht met wat er op papier staat.
Let op bij vervanging
Een vervangingsclausule was lang het standaardadvies. Sinds Deliveroo geeft die geen zekerheid meer: ook als de opdrachtnemer zich vrij mag laten vervangen, kan er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst (gezichtspunt 4). Hetzelfde geldt voor de vrijheid om een opdracht te weigeren. Neem de clausule gerust op, maar leun er niet op.
2. Vermijd structurele inbedding
Opdrachten die feitelijk een vaste functie invullen, zijn het grootste risico. Dat speelt in onze vakgebieden vaker dan gemiddeld: een interim compliance officer die drie jaar dezelfde rol vervult, is op papier een opdracht en in de praktijk een functie. Werk met een afgebakend doel, benoemde mijlpalen en een einddatum, en kijk naar de zachte signalen. Draait de professional mee in teamoverleg, beoordelingen en personeelsactiviteiten, of is de rol duidelijk extern belegd?
3. Weet wat het rechtsvermoeden wel en niet doet
Vanaf 31 december 2026 kan een werkende onder de tariefgrens zich op het rechtsvermoeden beroepen, waarna jij moet aantonen dat er echt sprake is van zelfstandigheid. Lukt dat niet, dan gelden de verplichtingen die bij een dienstverband horen, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.
Voor senior rollen in Compliance, Audit, Risk en ESG ligt het tarief vrijwel altijd boven de grens. Dat betekent alleen dat dit rechtsvermoeden niet speelt, niet dat de arbeidsrelatie veilig is. De beoordeling blijft de negen gezichtspunten in onderling verband.
4. Leg je beoordeling vast
Beoordeel arbeidsrelaties vooraf aan de hand van de negen gezichtspunten en documenteer de afweging per opdracht. Dat is het verschil tussen een gesprek met de inspecteur over feiten en een gesprek over aannames. Bij twijfel is vooroverleg met de Belastingdienst mogelijk.
Wat het risico is als het misgaat
Wordt een opdracht geherkwalificeerd, dan volgt een naheffing loonheffingen en premies werknemersverzekeringen. Werkgeverslasten worden berekend tot het maximumpremieloon, dat in 2026 79.409 euro per jaar bedraagt (2025: 75.864 euro).
Indicatieve berekening
Een professional werkt tegen 125 euro per uur, 40 uur per week gedurende 44 weken. Het jaarinkomen komt daarmee op 220.000 euro. Bij herkwalificatie worden de premies berekend over het maximumpremieloon van 79.409 euro.
- Bij een gecombineerd werkgeverspercentage van circa 23,5 procent (AWf hoog, Aof, gemiddelde Whk, opslag kinderopvang en de werkgeversheffing Zvw) komt de last op ongeveer 18.650 euro per jaar.
- Daar bovenop komt de loonheffing zelf, plus bij opzet of grove schuld een vergrijpboete tot 100 procent van de naheffing, en belastingrente.
Percentages verschillen per werkgeversgrootte en sector en wijzigen jaarlijks. Gebruik dit als orde van grootte, niet als berekening voor je eigen situatie.
Naast de fiscale gevolgen kan herkwalificatie ook arbeidsrechtelijke discussie oproepen, bijvoorbeeld over ontslagbescherming, vakantiedagen, pensioenopbouw en loondoorbetaling bij ziekte.
Hoe wij hierin meekijken
Care Professionals bemiddelt senior professionals in Compliance, Audit, Risk en ESG, en in aangrenzende rollen binnen Finance, Legal en HR. Wij zijn geen contractpartij in de uitvoering: opdrachtgever en professional contracteren rechtstreeks. Wel helpen we bij het scherp krijgen van de opdracht voordat die van start gaat: een heldere scope met opleveringen en een einddatum, duidelijke afspraken over tarief, verantwoordelijkheden en risicoverdeling, en een reële inschatting of de rol zich leent voor interim of beter vast kan worden ingevuld.
Die laatste vraag stellen we bewust. Een rol die in de praktijk een vaste functie is, los je niet op met een betere opdrachtomschrijving. Dan is werving voor een vaste positie het eerlijkere antwoord, en dat zeggen we dan ook.
Conclusie
De regels zijn niet strenger geworden, de handhaving wel. En omdat het verduidelijkingsdeel van de VBAR is geschrapt, komt het aan op de rechtspraak: de holistische toets, de negen gezichtspunten en de aanscherping uit het Uber-arrest.
Voor professionals betekent dat: draag echt risico, werk resultaatgericht en zorg dat je ondernemerschap buiten de opdracht aantoonbaar is. Voor opdrachtgevers: baken opdrachten af, houd de praktijk in lijn met het contract en leg je beoordeling vast. Wie dat op orde heeft, kan gewoon blijven samenwerken.
Verantwoording. Gebaseerd op het toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (juli 2026), de toelichting van de Belastingdienst, het Deliveroo-arrest (HR 24 maart 2023), het Uber-arrest (HR 21 februari 2025), en de Wet van 18 juni 2026 tot invoering van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (Stb. 2026, 158) met het inwerkingtredingsbesluit van 13 juli 2026 (Stb. 2026, 207).
Wet- en regelgeving rond zelfstandigen is volop in beweging. Bedragen, percentages en data kunnen wijzigen. Dit artikel is informatief en vervangt geen fiscaal of juridisch advies over een concrete situatie.